Dubbele blokkeer- en afblaasventiel (dubbele afsluitmagneetventiel)
Indien zich onverwachte gevaarlijke problemen voordoen ten gevolge van storingen in proceskleppen en daardoor verhoogde gevaren te verwachten zijn, moeten de ventielen in een redundante opstelling worden ingebouwd.
2 in serie verbonden hoofdkleppen, openen en sluiten gelijktijdig.
Een aanvullende elektrische positiebewaking detecteert de schakelingspositie van de klep:
- Klep(pen) geopend of klep(pen) gesloten.
- Een mogelijke lekkage op de eerste hoofdklep wordt veilig afgevoerd via een optionele tussenliggende ontlastingsklep, die stromloze geopend is.
Onze klanten in het gebied gasinstallaties en milieutechniek
Het onbehandelde aardgas dat door gasleveranciers wordt geleverd wordt opgeslagen in enorme ondergrondse zoutkavernes (tot 1500m diepte) (opgeslagen). Voordat het aardgas gebruiksklaar is, wordt het gas uit de opslag genomen en in een gasbehandelinginstallatie voorverwarmd, op lage druk gebracht en uiteindelijk gedroogd met behulp van glycol (vocht verwijderd).
Solenoïdekleppen voor dampen- en afgassengas
Bij aardgasbehandeling ontstaat dampen-/afgassengas.
Dampen-/afgassengas is een afvalproduct op koolwaterstofbasis
in gasfase, die bij afkoeling
overgaat naar gecondenseerde fase.
Het resulterende dampen-/afgassenmengsel wordt meestal verbrand.
Voor afsluiting wordt een klepstelsel
in redundante opstelling gebruikt:
- 2 stuks hoofdklep serie 24-NC DN65
- 1 stuks ontlastingsklep serie 48-NO G1/2 voor afvoering van lekgasmenge
- Tussenflens met 80mm aansluitverlenging voor lekgashoeveelheidklep, isolatiegeschikt.
De ingangsdruk van dampen-/afgassengas bedraagt 500 mbar bij temperaturen tussen +140 °C en +160 °C.
Problematiek
In afgekoelde toestand kan het dampen-/afgassengas
uitlekken, condenseren en een daaropvolgende
aanzetafzetting op de klepstoelkan permanente lekkage
op afsluiting veroorzaken.
Om dit geval zo veel mogelijk tegen te gaan,
worden de kleppen met speciale materialen geselecteerd.
De operator moet bovendien
ervoor zorgen dat het afsluitingsstelsel
goed geïsoleerd en continu verwarmd wordt.




